[ Groenland IJskap Expeditie ]

De poolwind als motor

Tijdens onze oversteek van Groenland zullen we ons in gunstige omstandigheden laten voortslepen door grote bestuurbare vliegers, waardoor dagafstanden gehaald kunnen worden van wel drie tot vier keer een 'gewone' loopdag op skies.

Doordat de oversteek sneller zal verlopen, is er minder voedsel nodig, wat het gewicht van de sledes weer terugbrengt en daardoor ook de loopdagen 'sneller' maakt. De succesvolle inzet van vliegers is dus essentieel voor de oversteek.

Het gebruik van vliegers blijkt in de praktijk echter nog niet zo eenvoudig. Om optimaal voorbereid te zijn, beginnen we ruim een jaar tevoren met de eerste experimenten. Op een bevoren meer in Noorwegen doen we een eerste experiment, met verassend resultaat; terwijl het die dag maar nauwelijks waait, is de vliegeraar al na 2 uur aan de overkant van het meer. De rest van de groep moet lopen en komt pas laat in de middag aan. Het heeft gewerkt! Hoewel het principe dus bruikbaar lijkt, is het in de praktijk erg lastig om ook langere tijd op een stabiele en betrouwbare manier met een vlieger over het ijs te bewegen.

Het blijkt erg lastig te zijn om te voorkomen dat de toomlijnen in de knoop raken. Dit is met name in de sneeuw een groot probleem: je moet dan je handschoenen uitdoen om de hele boel weer uit de knoop te halen. Bij de temperaturen die we op Groenland zullen hebben (minus 30 en lager) is dit absoluut rampzalig, omdat reeds enkele minuten zonder bescherming van handschoenen ernstige bevriezingen tot gevolg hebben.

Ondanks dat de eerste proefneming een succes is, blijven er veel twijfels over: zijn de vliegers wel stabiel genoeg? Is het risico dat we elkaar tijdens het vliegeren kwijtraken niet te groot? Boven alles staat echter de vraag: kunnen we straks in de koude op de ijskap, gehinderd door dikke kleding en sledes, de vliegers nog wel bedienen?

Oefenen, oefenen en nog eens oefenen...
Om een antwoord te vinden op deze vragen proberen we gedurende de zomer zoveel mogelijk ervaringen op te doen met allerlei verschillende soorten vliegers. Ook willen we ervaren hoe het is om zelf voort getrokken te worden door de vlieger. Hiertoe maken we zelf een stel 'strandskates'; gewone inline skates met grote luchtbanden waarmee we over het strand kunnen 'skieën'.


Tijdens een poging om de gehele kust van Denemarken in een
zelfgemaakte buggy af te rijden, stuiten we op heel wat hindernissen.
Hier lopen we met de buggy op de nek door de branding rond een kliff.

Ook maken we van een kinderbolderwagen een buggy waarmee we regelmatig van Hoek van Holland naar Den Haag rijden. Langzamerhand groeit het vertrouwen in de wind als 'motor'. Toch blijven er twijfels: net als vrijwel alle expedities naar Groenland en de zuidpool gebruiken we voor onze testen enkeldoeks vliegers. Jarenlang zijn dit de standaard vliegers voor dit soort doeleinden geweest, inmiddels is er echter veel ontwikkelwerk aan vliegers verricht en denken we dat er betere alternatieven voorhanden moeten zijn.

Voor de 'ideale vlieger' voor gebruik in het poolgebied komen we tot de volgende eisen:

  • Stabiel, beide handen moeten ‘los’ kunnen zijn en
    dan moet de vlieger zelf in de lucht blijven
  • Zo weinig mogelijk toomdraden
  • Eenvoudig de trekkracht kunnen verminderen (de-poweren)
  • Laag gewicht
  • Eenvoudige constructie
  • Bruikbaar in windbereik van 3-5 beaufort

Met dit wensenlijstje wenden we ons tot Herman Bredewold en Dominique Scholtes van Vliegerop in Den Haag. Gezamelijk komen we tot een matrasvlieger van 10 vierkante meter, de Guerilla van Peter Lynn. Deze vlieger heeft geen toomdraden en is inderdaad zo stabiel dat je na het oplaten van de vlieger nog beide handen vrij hebt voor bediening van kompas, skies aan te trekken of extra kleding aan te doen of uit te trekken. Nadeel is wel dat de vliegers wat zwaarder zijn, maar het gewicht van 2,5 kilo weegt ruim op tegen de gewichtswinst door de besparing op de hoeveelheid voedsel. We zullen immers door het vliegeren minder dagen op de ijskap doorbrengen!

We testen drie modellen uit (10, 15 en 20 vierkante meter) en kiezen voor het kleinste model. Grotere vliegers worden snel zwaarder, terwijl ze maar marginaal meer inzetbaarheid geven aan de onderkant van het windbereik.

De overheersende windrichting in Groenland wordt bepaald door zogenaamde katabische winden, dit zijn winden die ontstaan doordat koude lucht zich vanuit het midden van de ijskap naar de kust verplaatst. De verwachting is dus dat we de eerste 300 kilometer overwegend wind tegen hebben en de laatste 300 kilometer wind mee. Dit wil niet zeggen dat dit een vast gegeven is: behalve deze stabiele maar zwakke katabische winden, is het weer op de ijskap van Groenland en dan met name aan de oostzijde sterk onderhevig aan storingen die van west naar oost overtrekken. Deze storingen kunnen dus behoorlijk roet in het eten gooien. De ideale wind om te vliegeren is een ruime wind mee tussen 3 en 5 Bft. Bij hogere windsnelheden is het risico op bevriezingen door de toenemende windchill factor te groot.

Hieronder een aantal filmpjes van het uitproberen van de vliegers op skies in Noorwegen (hiervoor is de gratis RealPlayer nodig).

 
 


Navigatie:

Sponsors:
 [ Vliegerop ]
 [ Bever ]


Hosting:
 [ Climbing.nl ]


| start | laatste expeditie | eerder | links | email |
| vliegers | materiaal | voeding | klimaat |

sponsors:
vliegerop , bever   |   hosting: climbing.nl

© '03-'06 ijskap.climbing.nl
all rights reserved